50 tinten creatief – 2 jaar – ik ben 2 en ik zeg “nee”

Home / Nieuws / 50 tinten creatief / 50 tinten creatief – 2 jaar – ik ben 2 en ik zeg “nee”

Ik ben 2 en ik zeg ‘nee’, hoor ik ouders vaak zeggen als ze het gedrag van hun peuter beschrijven. Als ik de overlevering mag geloven, was ‘nee’ niet mijn meest genoemde woord als tweejarige. Ik was het ondernemende typje dat juist overal ‘ja’ tegen zei. En er was steeds meer te beleven, want in die periode werd mijn wereld elke dag een stukje groter. Ik kon me steeds sneller van A naar B verplaatsen, want ik ben uiteindelijk toch van mijn billen gekomen en opgestaan om de benen te nemen. Verder werd mijn vocabulaire en uitspraak zodanig dat mijn ouders niet meer als vertalers voor mijn gebrabbel hoefden op te treden. Ik kon nu iedereen rechtstreeks vragen om wat ik wilde hebben. En aangezien ik natuurlijk ULTRA schattig was op die leeftijd, was de kans dat ik vervolgens kreeg wat ik wilde behoorlijk groot. En, last, but not least: ik was, net als de meeste peuters, gezegend met een enorm verbeeldingsvermogen. Uuuuren kon ik in de zandbak spelen en hele werelden bouwen die alleen in mijn hoofd en de vierkante meter zand om mij heen bestonden. Het enige wat ik daarvoor nodig had was een veilig omheinde tuin, een zandbak en wat schepjes en bakjes.

Het minimale haalt het maximale uit je creativiteit. Hoe meer we werken met de materialen met een bepaalde functie of betekenis, hoe minder we worden uitgedaagd zelf na te denken over mogelijkheden. Hoe ouder we worden, hoe meer we weten. En dat is in zekere mate hartstikke handig. Maar sta je er ook wel eens bij stil hoe beperkend het kan werken?

Als wij een stapel dozen zien staan, denken we meteen aan opruimen. De kans dat we direct denken aan verhuizingen of aan verplaatsingen van spullen is groot. Maar geef een doos aan een peuter en die bouwt er een kasteel van. En een dag later stapt hij in diezelfde doos en laat zich door de kamer slepen als zat hij in zijn nieuwe sportauto. Een simpele doos biedt opeens een zee aan mogelijkheden. En spreek je als volwassene de peuter tegen door hem te wijzen op de feiten? Leg je uit dat het een doos is die bedoeld is om spullen in op te bergen en dat het geen kasteel of snelle bolide is? Waarschijnlijk niet. Daar komt hij vanzelf wel een keer achter. En dat is op zich goed, functioneel nieuws. Maar nog mooier zou het zijn als we bij het opgroeien met onze nieuwe kennis de oude niet verwerpen, maar de nieuwe functie van de doos eraan toevoegen.

Zou het niet fantastisch zijn als je van tijd tot tijd nog steeds naar alledaagse objecten kijkt met de ogen van een kind en de talloze mogelijkheden ziet? Probeer het eens. Het is niet alleen een leuke oefening die een vrolijke lach op je gezicht zal toveren. Het is ook een verdomd belangrijke oefening om open te blijven staan voor mogelijkheden en creatief te kunnen blijven denken. Veel innovaties zijn een variant op iets bestaands. Ofwel een aanpassing op een bestaand model. Ofwel iets dat een compleet nieuwe functie krijgt in een andere setting. Dat is in feite niets meer of minder dan de capaciteit om meer mogelijkheden te zien voor bestaande objecten. Dus als jij je brein traint om te bedenken waar een doos allemaal voor kan dienen, leert jouw brein met steeds meer gemak datzelfde te doen voor andere zaken die een frisse blik kunnen gebruiken.

Durf jij de uitdaging aan? Kies dan aankomende week elke dag een alledaags object en bedenk er nieuwe mogelijkheden voor. En geef niet te snel op. In creatief denken is er iets dat heet: third third. Dat is net zoiets als de derde helft bij recreanten-hockey. Bij de derde helft wordt het pas echt interessant. Bij het genereren van opties, is de eerste fase niet zo heel boeiend. De eerste ideeën die in je opkomen, zijn de ideeën die het dichts bij je staan. Je kent ze al, omdat ze al eens voorbij zijn gekomen. Daarmee zijn ze meestal weinig vernieuwend. Wanneer je doorpakt, kom je in fase 2 bij ideeën die nieuw zijn. Verrassende, vernieuwende ideeën waar je ogen van gaan glinsteren. En dan kom je op een gegeven moment op het punt dat je het ECHT niet meer weet. Je neiging is om ermee te stoppen, want je bent leeg. En JUIST DAN moet je doorpakken. Want daar is je third third. De derde helft waarin je door je rationele ideeën heen bent en (vaak uit frustratie) de gekste, en vaak TE GEKKE, dingen gaat roepen. Dingen die in eerste instantie misschien belachelijk lijken, maar die bij nader onderzoek juist een kern in zich hebben die het fundament vormen voor iets bijzonders en echt vernieuwends.

Dat is het moment waarop ik me terug waan in mijn zandbak waar ik alles wat ik bedenk kan creëren. Omdat de wereld aan mogelijkheden aan mijn blote voeten ligt. In hele kleine korreltjes….

*******

Over de blogreeks 50 tinten creatief

Op 19 maart 2019 startte mijn 50e levensjaar en mijn missie voor dit laatste jaar als 40er is om vanuit de verschillende fases in mijn eigen leven te kijken naar creativiteit. Creativiteit gaat een steeds grotere rol spelen in onze snel veranderende wereld. We kunnen minder vaak terugvallen op het bekende en moeten creatief omgaan met situaties waar we nog nooit voor hebben gestaan. Ik ervaar hoeveel de ontwikkeling van mijn creativiteit me heeft gebracht, zowel in mijn werk als privé. Ik wil mijn passie, inzichten en ook zeker mijn vragen en onzekerheden rondom deze thema’s delen en doe dat in dit geval met mijn blogreeks 50 tinten creatief. Hierin reflecteer ik in 51 blogs (van geboorte tot met 50e) op elk levensjaar aan de hand van een foto en een aspect van creativiteit bespreek vanuit mijn eigen herinneringen. Ik eindig op mijn 50e verjaardag met de laatste blog waarin ik mijn visie op creativiteit in de toekomst deel. Ik hoop dat het 50 tinten prikkelende inspiratie oplevert die de honger naar creativiteit opwekt en hoor graag inzichten en persoonlijke ervaringen van mijn lezers!

 

Gerelateerde berichten

Laat een reactie achter